De schemering

Het is een herhaling van de situatie van de laatste dagen. Ze houdt zich in eerste instantie groot, maar naarmate de seconden aanzwellen tot minuten, zwelt het vocht in haar ogen aan tot druppels. Tot tranen.

Feline dept een traan met de mouw van haar vest en kijkt hem liefdevol aan. Ze zoekt naar de juiste woorden, maar faalt weer in die zoektocht. Meer dan ooit wacht ze op de woorden van Karel. Haar enige echte liefde. De ouderwetse naam, hem bij geboorte gegeven, al een voorbode van de oude ziel verpakt in het jonge, doch mannelijke lichaam. Haar absolute soulmate. Het door Karel zo beschimpte woord.
Eén woord van hem zou nu al genoeg voor haar zijn, maar het is een woord dat ze weer niet lijkt te krijgen.

Ik heb mijn ogen nog steeds dicht, maar voel de aanwezigheid van Feline. Ik voel haar twijfels, haar hoop, haar verlangens en haar angsten. Het is mede daarom dat zij de enige vrouw is die ooit dichtbij me heeft kunnen komen. Het is een connectie die in menig flutroman en op menig datingsite soulmates genoemd wordt. Ik heb jaren gezocht naar een woord dat de lading beter dekt, maar bij afwezigheid van dat woord moet soulmates de lading maar dekken…

Ik wil haar meer dan ooit zeggen wat ik voor haar voel. Hóe dat voelt. Dag en nacht heb ik lopen malen, steeds op zoek naar die juiste, nee, perfecte woordencombinatie. Maar ook nu ik die woorden heb gevonden, krijg ik ze niet vertaald naar klanken. Ik wil haar zeggen dat ik weet dat ze er altijd voor me is. Dat ik weet dat ze er is, ook op momenten dat ik haar niet kan zien of horen of voelen. Dat geen seconde van een minuut voorbij gaat zonder dat haar hart het mijne raakt. Geen seconde zonder dat denken aan haar mijn hele ‘zijn’ betekenis geeft. Ik voel een kus op mijn mond en een zachte streling van haar handpalm op mijn wang. Soulmates, wellicht toch het juiste woord… Pfff, je wordt weer emotioneel Karel. Verdomme, pak haar hand en zeg het haar gewoon!

Ze staat op en loopt naar het raam. Haar mobiel trilt in haar zak. Feline leest het scherm en ziet dat het een bericht is van haar zusje. Hoe ze zich voelt en of ze wat kan doen. Feline glimlacht bij de gedachte aan haar zusje, naast Karel de enige persoon in haar leven die een verschil maakt voor haar. Ze stuurt een geruststellend berichtje terug en schakelt haar mobiel uit. Ze staart naar buiten waar de nadering van de avond zich aandient in de vorm van een oranje-grijze schemering. Ze moet denken aan iets wat Karel de week ervoor zei en waar ze toen hard om moest lachen.

“Lien, zoveel relaties beginnen al in de schemering om spoedig de nacht in te rollen. Ik beloof je dat wij altijd in het daglicht blijven.”

Maar nu ze hier staat, gespeend van de juiste woorden en wachtend op de zijne, komt die opmerking ineens hard binnen. Ze slikt even, draait zich om en kijkt naar Karel. God, wat houd ik van die man, denkt ze. Het is ijzig stil in de kamer als Feline richting Karel loopt en haar hand naar zijn gezicht haalt. Ze strijkt met haar handpalm over zijn wang en kust hem zachtjes op zijn volle lippen. Dikke tranen lopen nu over haar wangen als ze eindelijk de woorden gevonden lijkt te hebben:

“Lieffie, kom alsjeblieft bij me terug. Ik wil in het daglicht met je lopen, samen de schemering, de avond en de nacht voor eeuwig aan de horizon laten. Word alsjeblieft wakker lieffie, alsjeblieft, alsjeblieft…”

Ze kijkt wanhopig met vertroebelde blik naar de ogenschijnlijk vredig slapende man in het ziekenhuisbed voor haar.

“Word nou wakker lieffie…”

Op dat moment voelt ze zijn hand op de hare en begint de monitor naast het bed te piepen…
Dan dat ene woord…

“Feline…”

Die dag (deel 4)

***

Parijs.

Hoewel Senn daar regelmatig voor zaken verbleef, waren wij er nog nooit samen geweest. En het lag niet aan mijn volhardendheid, want ik moet wel vijftig keer gevraagd hebben wanneer wij nou eens samen zouden gaan. Ik kon het alleen meestal niet laten om die vraag te vervolgen met “of ben je daar liever alleen met Nicole?”. Gek genoeg kreeg ik nooit een geïrriteerde reactie, maar enkel een glazige blik terug van Senn.

Eenmaal de trein uit, rekte ik me uit en keek ik om me heen. Haakneus was nergens meer te bekennen en het onbehaaglijke gevoel van eerder had blijkbaar dat laatste zetje nodig om volledig te verdwijnen. Ik voelde me voor het eerst in tijden weer eens echt top en gewapend met een grote glimlach ging op zoek naar een taxi. Ik was een paar minuten later onderweg naar mijn hotel, toen de twijfels weer toesloegen. Was dit hele avontuur nou wel zo verstandig? Ik verwierp die twijfels echter weer snel. Het werd tijd dat ik mijn leven weer eens stevig in eigen handen ging nemen. Doortastende en zelfverzekerde Sanne moest maar weer eens de overhand gaan krijgen.

Met deze gedachten in het hoofd besloot ik alvast mijn hakken aan te trekken en in stijl het hotel binnen te gaan wandelen. Ik betaalde de taxichauffeur en stapte uit. Na twee stappen brak ik bijna mijn enkel. Ja, dacht ik, ik moet écht weer de oude Sanne terugbrengen, zelfs op hakken lopen ben ik bijna verleerd.

Na mezelf weer even goed opgefrist te hebben en dé jurk te hebben aangetrokken, was ik er klaar voor. Op naar Senn. Het hotel was op nog geen vijf minuten lopen.

***

Gerustgesteld dat alles geregeld was zoals ik dat wilde, bleef er nog één ding over om te checken. Ik belde het nummer dat slechts drie mensen kenden en wachtte op verbinding.

“Klaar?”, klonk het aan de andere kant van de lijn.
“Klaar”, zei ik.
“Hij is er over een kwartier. Bel me als alles geregeld is.”
De verbinding werd verbroken.

Ik ging aan het water zitten en dacht, zoals zo vaak, aan Sanne. De gebeurtenissen van de laatste maanden hadden onze relatie op allerlei manieren getest, maar ondanks alles bleek er geen storm sterk genoeg om ons omver te blazen. Toch zat haar nerveuze gedrag van voorheen me ergens nog dwars. Dat, plus het feit dat ik al die tijd een groot deel van wie ik geweest was, voor haar achter had gehouden. Hoewel ik twijfelde of die persoon wel écht geschiedenis was…

Waar eerst enkel het geluid mij bereikte, zag ik nu in de weerkaatsing van het meer een helikopter  naderen. Met een oorverdovend geluid, maar met het gracieuze van een ballerina, werd de kist aan de grond gezet. Niemand stapte uit, maar in plaats daarvan ging de deur open.

Ik pakte mijn mobiel en zocht het afgeschermde nummer op, dat maandenlang mijn geweten opdonders gaf. Eigenlijk niet zozeer het nummer, maar de teksten van mijn hand, die de eigenaar van het nummer ongetwijfeld slapeloze nachten hadden bezorgd. Ik bekeek het log, en zag dat het laatste bericht volgens afspraak alweer even geleden was. Ik begon met typen…

Het is tijd.
15:00 op De Locatie.
Verdere instructies volgen.
 
Verzonden.
Ingestapt.
Nog één stop te gaan.

***

Woman on a mission, zo voelde ik me. En niet alleen voelde ik me zo, zo leken anderen mij ook te zien. Hoofden draaiden om bij elke meter die ik aflegde. Jong en oud, man en vrouw. Ik was voor vijf minuten het epicentrum van dit stukje Parijs.

De receptie van het hotel was indrukwekkend en het duurde dan ook even voordat ik door had waar ik moest zijn. Eenmaal bij de juiste balie, vroeg ik de receptioniste te checken in welke kamer Senn verbleef. Ik gaf haar Senn’s kaartje en rap voerde ze zijn volledige naam in.
“Sorry mevrouw, maar er verblijft geen Senn Valk in het hotel.”
Verbaasd vroeg ik haar nog eens te checken, maar weer gaf het systeem geen positief resultaat terug.
Ik bedankte haar en liep richting de koffiehoek in de hoek van de lobby. Nu ik niet wist waar Senn was, werd mijn plan wel ernstig bemoeilijkt. Weer sloeg de twijfel over mijn assertieve actie toe, maar net zo snel verwierp ik die.
Ik opende Google op mijn mobiel en zocht het kantoor van het bedrijf van Nicole op.
Geen hits op haar bedrijfsnaam…

Een raar gevoel begon me te bekruipen. Ik liep weer terug naar de balie en liet een foto van Senn aan de receptioniste zien.
“Heeft u deze man vanochtend ingecheckt?”
Ze bekeek de foto kortstondig en zei:
“Oh, dat is meneer Falcon. Dat is een van onze vaste gasten. Is er iets mis?”
Het kostte me al mijn kracht om op mijn hakken te blijven staan en te antwoorden:
“Nee, nee. Dan heb ik me vergist in de naam. Is hij al ingecheckt?”
“Meneer Falcon is er nog niet, maar zijn broer is er al wel. Hij vroeg net ook al naar hem. Hij zit in het restaurant.”
De receptioniste besefte dat ze iets te loslippig was en zei snel:
“Ik hoop dat u een fijne dag heeft verder mevrouw, kunt u opzij stappen zodat ik de volgende persoon kan helpen?”
Broer?? Ik bedankte haar en in een waas liep ik richting restaurant. Op dat moment voelde ik mijn tasje trillen.
Ik haalde mijn mobiel eruit en ontgrendelde hem. Hoewel het nummer afgeschermd was, wist ik gelijk wie het was…

Het is tijd.
15:00 op De Locatie.
Verdere instructies volgen.

De vloer naderde en alles werd zwart.

***

De helikopter landde, net als een kleine twee uur geleden, gracieus. Het hotel had een eigen landingsplaats en vijf minuten later stond ik bij de receptie. Ik keek op mijn horloge:

12:37

“Meneer Falcon, goed u weer te zien. Hier is de sleutel van uw vaste kamer. De binnentuin van ons hotel is volledig naar uw wensen ingericht en al uw gasten zijn reeds ingecheckt. Enkel mevrouw Falcon ontbreekt nog.”
“Bedankt Lizzy, kan je mij op mijn mobiel bellen als mijn vrouw arriveert? En wees discreet alsjeblieft, dus ook geen woord tegen mevrouw Falcon.”
Lizzy, de receptioniste, keek me in eerste instantie niet-begrijpend aan, maar knikte vervolgens instemmend.
“Uiteraard meneer Falcon, geen probleem.”

Met een gerustgesteld gevoel liep ik richting de liften. Als alles volgens plan zou gaan, zou ik vanavond in Parijs zitten. Ik zou uitkijken over de Seine met een welverdiend glas rode Bordeaux wijn aan mijn lippen. Ik zou genieten van de drank en spijzen, maar bovenal van de wetenschap dat er een nieuw hoofdstuk geëindigd was en de eerste letters van het nieuwe hoofdstuk reeds op papier stonden. Een met Sanne in een hoofdrol. Een zonder leugens, maar met de geboorte van de voorspoed die zij zo verdiende. Zondag zou de eerste paragraaf van dat hoofdstuk met gouden pen door Sanne en mij opgetekend worden.

De sleutel opende de deur van mijn hotelkamer. Voorzichtig duwde ik de zware deur open en tegelijk checkte ik mijn horloge.

12:55

Ik opende het gordijn een fractie, zodat er een strook natuurlijk licht op het bed viel. Twee voorwerpen op het bed lichtten op onder de aanraking van de zonnestralen.
Het ene voorwerp een aluminium doosje, het ander een zilveren balpen.
Het derde voorwerp viel minder op.
Donker van kleur en een frame dat grotendeels uit plastic bestond, maakten dat het zonlicht geabsorbeerd werd.
Ik checkte het magazijn van de Glock 17 en tevreden legde ik het weer apart.

Vanavond sterft een hoofdstuk en wordt een nieuwe geboren.

Maar first things first…

***

Met een zeurende pijn bij mijn slaap deed ik mijn ogen open.
Het eerste wat ik zag, was Haakneus.
Het tweede wat ik zag, was het veel te perfecte gezicht van Nicole.

“Je bent flauwgevallen”, zei Nicole.
Ik keek nog licht verward om mee heen en zag dat we in het restaurant zaten.
“Wie ben jij??”, vroeg ik aan Haakneus. En vervolgens: “Waar is Senn zijn broer?”
“Ik ben Peet en dit is Nicole. Maar jullie kennen elkaar natuurlijk al.”
Nicole zegt:
“En Peet is niet zijn broer, maar we hadden het idee dat de receptioniste anders niet zou zeggen of Senn al gearriveerd was.”
Mijn hoofd duizelde van al de verwarrende informatie van de laatste minuten. Langzaam kwamen de de gebeurtenissen terug en klaarde de lucht in mijn hoofd wat op. Ik keek naar de klok boven de bar:

11:04

Shit. Nog een krappe vier uur.
Ik richtte me tot Nicole.
“Senn en jij zijn hier toch voor zaken? Dus waarom moet je dat vragen?”
Ik besefte me ineens nog iets en tegen Haakneus zei ik:
“Jij volgde mij vanochtend. Waarom? En wat doen jullie hier samen? Wat mis ik hier?”
Haakneus/Peet, zei:
“Jij had hier niet moeten zijn Sanne. Maar nu je er toch bent, kunnen we er maar beter gebruik van maken. Er is een hoop dat je niet weet, dus je zal moeite hebben het volgende te gaan bevatten en geloven.”
Ik wist me nauwelijks meer een gezichtsuitdrukking aan te meten. Dit veranderde toen Nicole zei:

“Laten we snel starten. Jij moet tenslotte over krap vier uur ergens anders zijn…”

Mijn mond viel open…

Beroerde timing

Dus toch.

Saar herhaalt het nog eens:
“Je bent gewoon zwanger, doos. En ik kan het weten.” Ze wrijft over haar buik.
“Kom op, we hebben een keer seks per maand en dan hebben we een goede maand.
En met seks bedoel ik dat hij vooral bezig is met het wereldrecord snel klaarkomen aan te scherpen. Het staat op zeven seconden, mocht je geïnteresseerd zijn.”
Saar grinnikt en zegt:
“Mijn vorige vriendjes waren niet veel beter hoor. Maar verliefd hè, dus tja… Gelukkig heb ik nu een goede!”
“Oh ja, je scharrel-date-vriendje. Wanneer ga je die nou eens meenemen?? En oooh, wat zou ik dat gevoel ook weer willen hebben. Dat gevoel van elkaar aankijken en alleen maar denken: dit klopt, dit voelt logisch.”
“Moet je er niet gewoon eens mee stoppen meis? Ik bedoel, je moppert al zo lang over hem.”
“Ik weet het, ik weet het. Maar nu?? Ik kan toch zeker niet nu stoppen? Heeee Nick, twee dingen. Ik ben zwanger van je en het is uit!”
Saar wil weer bijdehand reageren, tot ze de blik van Femke ziet.
“Sorry, ik ben niet zo goed in dat adviesgeefding. Maar als ik iets kan doen: zeggen!”
“Je bent een schat Saar. Ik snap echt niet waarom je zo lief blijft na al mijn gezeik van de laatste tijd, maar ik ben er niet minder dankbaar om.”
Ik kus haar op de wang en zeg mijn buurvrouw gedag.

Zwanger.

Had ik nu maar eerder getest. Domme flapmuts.
Allebei 23, allebei zonder werk, allebei zonder liefde voor elkaar, allebei…
Ik zit tegenover Nick. Allebei op een loveseat nota bene; de enige bank-achtigen die wij in onze zeer bescheiden woonkamer hebben staan. De ironie bezorgt me een poging tot grijns. Not good, want Nick ontspant zienderogen en denkt dat de reden van mijn urgente telefoontje van eerder, een onschuldige is. De brute aanpak dan maar.
“Ik ben zwanger.”
Het wereldrecord gelaatsuitdrukking wisselen wordt ook scherp gezet. Zijn mond valt letterlijk open.
“Wawaat? Van mij?”
Ik ben niet eens verbaasd. Alleen zo’n botte egoïstische hork als Nick kan dat uit zijn bek krijgen.
“Ja van jou! Zak!”
“Okok, sorry sorry. Dat was niet wat ik bedoelde…”
“Uhuh.”
Hij lijkt zich nochtans te herpakken, als ik moet afgaan op zijn serieuze nadenkgezicht.
“Femke, je weet dat ik van je houd.”
Gelul.
“En dit is echt wat ik voor ons zie in de toekomst!”
Gelul. Komt die ‘maarrrr’…
“Maar is dit nou zo slim nu? In onze situatie enzo?”
“Ik ben 25 weken zwanger hè!! Je wordt papa, dus beter begin je er heeeeel snel aan te wennen!”
“Ja okok. Ik bedoel, ik houd van je enzo, maar ja, ik weet het niet. Het is gewoon lastig nu. En ik weet niet of ik dit juist nu kan hebben…”
“Ten eerste, nee je houdt niet van me. En oh, ik ook niet meer van jou. Dat je het weet. Maar we worden wel ouders en dat worden we samen. En juist nu is niet veel anders dan juist morgen of juist overmorgen toch?”
Nick lijkt zijn laatste restje tekst kwijt en staart nog enkel in de ruimte. Dan:
“Ik ga, ik uhm, ik moet even mijn gedachten verzetten.”
Zelf ook moe van dit alles laat ik het maar en ik loop zwijgend naar het balkon. Gedachten verzetten wordt bij Nick één op één vertaald met ‘de kroeg in gaan’. De gedachten dat een toekomstige vader zo met zijn emoties omgaat maakt me triest. Triestigheid is echter niet de emotie die ik nu wil hebben en ik besluit zelf ook afleiding op te gaan zoeken. Ik loop de deur uit en bedenk me waar ik eens de ontspanning ga opzoeken. Ik besluit Saar te bellen, maar krijg geen gehoor.

Een gevoel van enorme eenzaamheid en triestigheid overvalt me weer. Shit, dit is niet wat ik wil. En ondanks al zijn tekortkomingen is Nick ook wel weer een goede gast. En wat als we nou werken aan onze relatie? Ik hak de knoop en besluit Nick te gaan zoeken in zijn stamkroeg; de pub.
Ik rijd de straat uit en sla de grote weg op. Op het moment dat ik wil voorsorteren zie ik echter Nick lopen. Met drie tasjes…
Ik ben verbaasd. Hij heeft dus gebroken met zijn traditie en is daadwerkelijk gaan shoppen voor iets. Ik probeer iets dichterbij te komen zonder mijn aanwezigheid te verraden. Hij loopt duidelijk weer richting ons huis en op het moment dat ik dichterbij kom en zie wat er op de tasjes staat lijkt mijn hart even stil te staan en schiet ik vol.

Prénatal.

Met dikke tranen over mijn wangen rijd ik zachtjes achter hem aan richting ons huis. Ik kan niet rechtstreeks de straat in en moet dus omrijden. Nick en ik komen daarom bijna tegelijk onze straat in en ik kan niet wachten om uit te stappen en naar hem toe te rennen. Ik moet echter eerst parkeren en Nick loopt al richting onze deur.
En belt aan.
Bij de buurvrouw.
Saar doet open, ziet Nick met de tassen en begint te huilen van blijdschap.
Dan zoent Nick haar op de mond…

Die dag (deel 3)

Dit is een doorlopend verhaal, geschreven in samenwerking met een mysterieuze gastschrijver.

Vertwijfeld zat ik op het bed. Terwijl ik mijn spullen aan het pakken was vroeg ik me plotseling af of het wel zo’n goed idee was om naar Parijs te gaan. Mijn impulsieve besluit om Senn stiekem achterna te reizen kon natuurlijk ook totaal verkeerd uitpakken. Ik voelde me ineens een naïef pubermeisje dat geen idee had van hoe de wereld in elkaar zat en de redenen om niet te gaan begonnen zich op te stapelen. Ik besefte dat ik ieder spontaan idee dat ik ooit had gehad op deze manier in de kiem had gesmoord en besloot daarom toch door te zetten. Ik greep mijn hoogste hakken en de jurk waarmee ik vijf jaar geleden de aandacht van Senn had weten te trekken en ritste mijn tas dicht. Vastberaden vertrok ik richting het station.

Opgewonden en een beetje zenuwachtig, alsof ik voor het eerst op reis ging, zat ik in de tram. De tram was, op een wat zonderling type met haakneus na, verder leeg. Ik had mijn plan inmiddels uitgedacht. Gelukkig was Senn vaker voor het bedrijf van Nicole naar Parijs geweest en verbleven ze altijd in hetzelfde hotel. Omdat ik hem niet eerder tegen wilde komen dan gepland, zou ik in een hotel in de buurt inchecken. Ik overwoog Nicole te bellen en haar te betrekken in mijn plannen, maar haar zakelijke en kille uitstraling weerhielden me; bovendien had ik haar helemaal niet nodig.

De tram reed het station binnen en ik stapte uit. Bij het loket kocht ik een veel te duur kaartje naar Parijs, maar niets kon mijn goede humeur vandaag bederven. Tevreden plofte ik neer in de trein en dacht aan Senn. Hij zou vreemd opkijken als ik vanavond ineens voor hem stond. Het zou ons goed doen. Ook al waren we weer op het juiste pad samen, een beetje romantiek konden we wel gebruiken. De afgelopen maanden waren lastig geweest voor mij en Senn had me geweldig gesteund. Hoewel ik wist dat het voor hem onmogelijk was te begrijpen en zijn nuchtere kijk haaks stond op waar ik me ogenschijnlijk mee bezig hield, had zijn aanwezigheid het verschil gemaakt.

Het was begonnen met een enkel sms’je. Het nummer was afgeschermd, de tekst cryptisch: “Weet dat je het niet alleen weet”. Hoewel ik geen idee had wat er precies met de boodschap bedoeld werd of van wie deze afkomstig was, wist ik direct waar het over ging. De weken daarna bleef het stil, maar slapen deed ik niet meer. Ik had het gevoel dat iemand me in de gaten hield, al kon ik niet benoemen waarom. Net toen ik me weer een beetje veilig begon te voelen en besloot dat het verband dat ik gelegd had waarschijnlijk niet bestond, begonnen de telefoontjes. Waar ik ook was, thuis, op mijn werk, bij vrienden of familie; de telefoon ging en zodra er werd opgenomen hing de beller op. Het voelde alsof iemand me wilde laten merken dat hij of zij mij altijd wist te vinden. Altijd behalve wanneer Senn in de buurt was. En juist dat maakte het nog zenuwslopender. Als hij ervan wist zou hij vragen gaan stellen. Vragen die ik niet kon beantwoorden.

De voortdurende spanning die de telefoontjes en sms’jes met zich mee brachten sloopte me, op mijn werk functioneerde ik niet meer en de bedrijfsarts stuurde me naar huis met het label ‘burn-out’. Ergens was ik opgelucht; ik had een legitieme verklaring voor mijn gedrag waar ik me achter kon verschuilen. Senn gaf me alle ruimte en probeerde me te helpen, al verweet hij me dat ik niet praatte over wat me dwars zat en begon hij mijn ‘cover’ op den duur te verachten. Toen ik dat merkte ging ik op het aanbod uit een van de sms’jes in om mijn relatie met Senn veilig te stellen, ook al wist ik dat het slechts tijdelijk zou zijn.

Ik keek uit het raam en zag de deprimerende voorsteden van Antwerpen en Brussel aan me voorbij schieten. Ik stond op om mijn benen te strekken en zag dat de haakneus ook in de trein zat. Even bekroop me een onbehaaglijk gevoel, maar ik wist dat de keuze die ik een aantal maanden terug had gemaakt me nog even vrijheid had gegeven. Mijn glimlach keerde terug; ik was bijna in Parijs.

***

Dichte laaghangende mist deed het lijken alsof de weg voor mij alleen was. De weersomstandigheden gingen er weliswaar voor zorgen dat ik veel te laat aan zou komen op mijn bestemming, maar zorgden er tevens voor dat ik eindelijk eens rustig kon nadenken. Er was de laatste maanden ontzettend veel gebeurd, meer dan wie dan ook wist. Ook Sanne had ik bewust, want noodgedwongen, niet alles verteld. Het was iets waar ik mee had leren leven, maar wat desalniettemin dag in dag uit aan me knaagde.

San en ik waren de laatste weken weer in geliefden-topvorm. Ze leek van het een op het andere moment bevrijd van de last die ze maanden met zich had meegedragen. Haar bedrijfsarts had het toen een burn-out genoemd, maar Sanne deed er zelf nogal vaag over. Toen ze zich ging verdiepen in alle zelfhulp onzin liet ik het maar even zo, maar toch was ze al die tijd niet Sanne. En niet alleen vanwege de burn-out; er was nog iets anders. Waar ze voorheen altijd gelijk begon te steigeren als ik mijn mobiel even pakte, was zij nu degene die om de haverklap naar haar schermpje staarde. En hoe meer mij dit begon op te vallen, hoe meer ik het begon te koppelen aan Nicole. Zou San denken dat ik met Nicole aan het rommelen ben en daarom iets ‘on the side’ genomen hebben…? Ik verwierp die gedachte gelijk. Sanne heeft haar ‘flaws’, maar vreemdgaan is daar niet een van. En daarnaast, op het moment dat ze weer aan de slag ging leek ook dit nerveuze gedrag af te nemen en leek ze verliefder dan ooit.

Maar toegegeven, echt helemaal eerlijk was ik niet geweest naar San. Nicole was een hele belangrijke zakenpartner, dat klopte, maar Nicole was meer. Veel meer…

Ik was negentien toen ik haar voor het eerst ontmoette. Haar toenmalige vriendje was er een van het ultiem kansloze soort en mishandelde haar zowel fysiek als mentaal. Ik kwam haar voor het eerst tegen in het trappenhuis van een appartementcomplex waar ik toen vaak verbleef.
Haar lip was dik en gescheurd en haar linkeroog zat bijna volledig dicht. We kwamen er elkaar midden op de trap tegen en in plaats van door te lopen met haar hoofd omlaag, keek ze me aan en zei:
“Mijn vriend is een laffe klootzak”.
Ik was even uit het veld geslagen, maar herstelde me snel. Ik knikte instemmend en antwoordde:
“Kom mee. Ik ga je helpen.”
Die middag praatten we en hechtten we en schreven we de start van een belangrijk deel van onze geschiedenis. De geschiedenis die me recent tegen alle verwachtingen inhaalde…

Luid getoeter deed me opschrikken en terwijl ik gas gaf nam ik de omgeving in me op. In de verte zag ik mijn bestemming lonken. Het prachtige spiegelende meer met daaraan gelegen een klein, maar schilderachtig huisje, overgeleverd uit 1850. Het huisje dat ik erfde van mijn ouders. De herinneringen aan vervlogen tijden bezorgden me een trieste glimlach.

De laatste dagen bekroop mij steeds meer het gevoel dat dit weekend bijzonder zou worden. Op zakelijk vlak twijfelde ik daar al niet aan, maar bij de aanblik van deze vertrouwde locatie wist ik dat er nog meer in petto lag voor mij. Voor Sanne en mij.

Ik opende de deur van het huisje, stapte de drempel over en werd op dat moment gebeld.
“Is alles naar wens meneer Valk? Ontbreekt er niks?”
Ik keek om me heen en knikte instemmend.
“Nee, het is perfect zo. Bedankt.”
Ik drukte de stem weg en mijn glimlach keerde terug. Nu een gelukkige…

De verrassing

“Kan ik je opvrolijken?”
“Nee. Dus ik zeg het nog een keer: Rot. Op!”
“Haha, yeah yeah yeah. Rot op, hou je bek, laat me met rust, blablabla… Stoere praatjes, maar stiekem wil je dat ik blijf.”
“Nope. Ik wil echt heel erg graag dat je nu oprot, nog verder oprot, en blijft oprotten tot je niet meer verder kunt oprotten. Duidelijk genoeg?”
“Dit is zo’n moment waarop je nee zegt, maar ja bedoelt hè?”
Ze zucht.
“Nee Rens, laat me in vredesnaam met rust voordat ik mijn beker naar je harses gooi!”
Duidelijk een ja.
“Wat grappen vrolijken je vast op. Wat is de overeenkomst tussen billen en een woestijn?”
Ze kijkt me vernietigend aan.
“Cactussen! Get it, get it? Kak-tussen! Haha!”
Ik ga stuk natuurlijk, maar haar ogen lijken toch echt ‘haat’ te zeggen. Hmm. Nog maar een.
“Wat zei de uitvinder van de donderdag?”
Ze bukt.
“Ik zal het nooit vergeten, het was op een woensdag!”
Stilte van haar kant.
“Whahaha! Kom op, dat is grappig!”
Ze schiet omhoog en bijna op hetzelfde moment voel ik iets rakelings langs mijn gezicht vliegen en stuk slaan tegen de muur achter me. Haar beker.
“Okeeeee, ik vat de hint. Ik ga al!”
“Hèèèhèèè! Doei!”
Waarom ben ik ook alweer bij haar?
Ik ga maar eens de kroeg opzoeken.

Eerder op de dag hadden we een pittige discussie. Alwéér een pittige discussie, een beetje de rode draad van de laatste weken. Merel was weer wat gaan drinken met een van haar beste vrienden. Haar vriendengroep is behoorlijk groot en bestaat voor 80% uit mannen. Een enkeling heb ik weleens ontmoet, maar dat gebeurde altijd alleen bij toeval. Merel is daar altijd heel duidelijk over geweest: mijn vrienden zijn mijn vrienden, jouw vrienden de jouwe.

De vriend in kwestie, waar ze deze keer mee op stap was, is een ex van haar. Zij beweert dat ze al jaren elkaar niet meer ‘op die manier’ hebben ontmoet en ik ben niet het jaloerse type dus geloofde dat altijd. De laatste twee maanden begin ik echter te twijfelen aan die woorden.

Het begon met een appje dat ik toevallig las toen zij onder de douche stond. Toevallig, omdat haar telefoon onbeheerd naast mij op de bank lag. En toevallig, omdat het bericht volledig in beeld kwam. De eerste toevalligheid verbaasde mij het meest. Nooit waren Merel en De Telefoon van Merel meer dan dertig centimeter van elkaar verwijderd. De tweede toevalligheid gooide ik op het feit dat ze sinds de dag ervoor een nieuwe telefoon had. De instellingen waren nog niet aangepast en ik kreeg het volledige bericht in het scherm te zien.

“Het was weer gruwelijk lekker gister. En ik heb de perfecte spot voor de volgende keer al gevonden… Nu al benieuwd naar je outfit…xxx”

Ik was, op zijn zachts gezegd, not amused. Toen ik Merel confronteerde deed ze het bericht gelijk af met: “Dat is een terugkerende grap tussen ons. Snap jij toch niet.”
Vervolgens liep ze al append naar de keuken om twee minuten later terug te keren.

“Waarom kijk je eigenlijk in mijn telefoon? Vertrouw je me niet ofzo?”
“Je telefoon lag naast me en het bericht verscheen gewoon!”
“Onzin! Je moet verdomme met je poten van mijn mobiel afblijven!! Ik zit toch ook niet continu in jouw telefoon te kijken??”
Dat betwijfelde ik ten zeerste, maar verder met stomheid geslagen reageerde ik met:

“Waar heb je het over?? Ik zag het per toeval! En waarom gaat dit ineens over mij?”
“Omdat jij gewoon een leugenachtige zak bent! Daarom!”

Het gesprek werd er vanaf dat moment bepaald niet beter op, dus besloot ik haar met haar gedachtenspasmes achter te laten en de stad op te zoeken. Het leek op dat moment een verstandige keuze om het gesprek het gesprek te laten. Ik werd vanaf dat moment echter alert op alles wat niet op spontaan, normaal gedrag leek. Ik lette extra op haar gezicht wanneer ze een berichtje ontving. Ik lette extra op haar afspraken, met wie, waar en op welke tijdstippen. En ondanks haar geslepenheid en vermogen om glashard te liegen met droge ogen, werd er in mijn gedachten een zaadje geplant. Merel gaat vreemd. Vaak vreemd.

Dit zaadje is weken geleden geplant, maar na stevig intern beraad heb ik besloten het zaadje geen water te gunnen. Vrienden maken me uit voor slappeling, zeggen om de haverklap dat ik het moet uitmaken en dat ik gewoon een idioot zonder zelfrespect ben. Vervolgens vragen ze me weer waarom het nog steeds aan is.

Ik krijg een appje. Merel.
“Schatje! Ik ben een bitch, I know I know. Ik snap soms ook niet waarom ik zo doe, terwijl jij alles voor me bent! Kom je zo richting huis? Ik heb een verrassing voor je…xxxxxx je lieffie.”

Mijn vrienden zijn net als ik 20 jaar oud. Mijn vriendin is een mooie vermogende vrouw van 55 jaar.
Als mijn vrienden vragen waarom het nog steeds aan is zeg ik: “Mijn vorige verrassing was een Mercedes S-klasse.”

En dan lachen we de ballen uit onze broek en bestellen we een nieuw rondje op de kosten van Merel.

Ik hou van haar!

Die dag (deel 2)

Dit is een doorlopend verhaal, geschreven in samenwerking met een mysterieuze gastschrijver

Hij was het. Ik probeer de betekenis van zijn woorden te begrijpen maar mijn hersenen lijken het niet te accepteren. Hij kan het niet geweest zijn. Ik heb het zelf gezien, het beeld staat vlijmscherp op mijn netvlies gebrand. Hij was niet eens in de buurt.

“Nee”, zeg ik beslist. “Jij was in Parijs.”
Senn reageert niet.
“Jij was in Parijs. Met háár!”

Ik wil niet aan haar denken, maar haar naam echoot door mijn gedachten en lijkt alle andere te verdringen. Nicole. Nicole. Ik hoor nog steeds hoe Senn haar naam uitsprak toen zijn telefoon ging. Ik zie voor me hoe hij de kamer uit liep en zei dat ze nog ‘even iets moesten afstemmen’ over hun presentatie voor de volgende dag.

De weken voorafgaand aan Parijs was Senn overgelopen van de energie. Zijn nieuwe bedrijfje deed hem goed. Dat zei hij althans en ik geloofde hem. Ik was trots dat hij dit had weten neer te zetten. Al kon ik soms afhaken in het technische verhaal over zijn producten, ik was vooral blij dat hij niet meer geïrriteerd en leeg thuis kwam uit zijn werk.

Zijn baan bij OSQ had hem volledig in beslag genomen, de spanning van de onhaalbare targets ging met ons mee naar bed en schoof weer aan bij het ontbijt. Ik had Senn in geen maanden meer zien lachen. Met de stap om zelfstandige te worden was dat veranderd. Senn was altijd al iemand met snelle praatjes en binnen zijn nieuwe functie ondersteunde hij technische bedrijven op commercieel gebied. Iets waar hij gemaakt voor leek. Nicole was een van zijn klanten. Hij had haar omschreven als een licht autistische nerd, aardig maar een beetje stug. Stoffig was het woord dat hij had gebruikt. Ik maakte me nergens zorgen om en was opgelucht dat ik Senn terug had.

Ze bleek echter alles behalve stoffig. Nicole leek meer op een bond-girl; ze was niet alleen bloedmooi, maar had ook iets gevaarlijks: een kille femme fatale. De enige keer dat ik haar zag sprak ze misschien niet meer dan vier zinnen, waarvan elk woord even treffend was. Toch klopte er iets niet in haar perfecte presentatie en ik kon niet benoemen wat dat was.

Senn vertrok ’s morgens vroeg naar Parijs. Ik sliep nog toen hij me gedag kuste en de slaapkamer uitsloop. Ik wierp een blik op de klok: 5.17 uur. Ruim een uur eerder dan hij had aangekondigd. Ik hoorde het slot in de deur vallen en Senn’s auto starten. Pas toen ik het grind op de oprit hoorde opspatten bedacht ik dat hij met de Thalys zou gaan. Ik stond op en keek naar buiten; herfst. Waarschijnlijk een storing bij de spoorwegen.

Ik liep naar de keuken en zag het rode cirkeltje op mijn kalender. Een herinnering aan de dag dat we elkaar hadden leren kennen. Ik vergat die dingen altijd, Senn was de romanticus in onze relatie. Ik kon me niet eens herinneren of ik dat cirkeltje wel zelf had gezet. Ik glimlachte bij het idee dat het morgen vijf jaar geleden was dat ik hem voor het eerst zag. Eigenlijk verdiende Senn meer dan een rood cirkeltje en een glimlach van mij. Mijn agenda liet niet veel ruimte over, maar na enige aarzeling pakte ik mijn telefoon: “Joan, ik weet dat het kortdag is, maar ik moet morgen onverwachts naar Parijs, wil je mijn afspraken afzeggen? En doe overmorgen ook maar..”

***
Ik was het.
En nu móet ik Sanne de rest vertellen.

San en ik waren voor de buitenwereld het perfecte koppel en het gros van de tijd klopte dat beeld volledig. De laatste maanden speelden we echter het perfecte koppel, want ons vaarwater was niet langer rustig, niet langer rimpelloos.

Meer en meer nam ik het San kwalijk dat ik me uit de naad werkte bij OSQ, mijn vorige werkgever, en zij thuis zat om zichzelf opnieuw te ontdekken. Ze had haar goedbetaalde topfunctie verlaten voor een dag invulling waar termen als ‘innerlijke onbalans’ en ‘mentale knopen’, streden om haar aandacht. In het begin steunde ik haar bij haar ‘zoektocht’, maar de volstrekt belachelijke literatuur en producten die ons huis begonnen te overspoelen eisten steeds meer hun tol. Toen ik haar, na een vreselijke werkdag, vroeg wat ze nou wilde bereiken met al die onzin hadden we onze eerste echte ruzie ooit.

Niet veel daarna besloot ik voor mezelf te beginnen. Mijn beste keuze in jaren. Mijn mood verbeterde met de dag en ook Sanne fleurde zienderogen op. Toen ik na een zware maar bevredigende werkdag thuis kwam, vond ik haar schaterlachend op de bank.
Zelf ook gelijk grijnzend, vroeg ik: “Haha, heee lekker ding. Wat is er zo grappig??”
“Hihihi, wat iiiiiis dit?”
“Haha, wat?”
“Hier luister: Om je mentale onbalans aan te pakken, moet je eerst je innerlijke kind spreken. Alleen het kind in je, kan je vertellen hoe jij je zeven chakra’s kan openstellen. Maar niet alleen het openstellen is van belang, ook de mate van de activiteit van de chakra’s…”
Ze kijkt op en begint keihard te lachen. Ik lach nog harder mee en al huilend van het lachen spitten we de rest van het onzin zelfhulp-boekje door.
Een week later was ze weer aan de slag bij haar oude bedrijf. Sen en Sanne waren weer terug, er kon ons niks meer gebeuren…

Veel sneller dan verwacht bouwde ik een klantenkring op en uiteindelijk ontmoette ik dé klant waar alles mee begon; Nicole. Nicole representeerde een miljoenenconcern en we werkten in een korte periode zeer intensief samen. Ook op niet-zakelijk vlak lagen we elkaar goed en de gespreksonderwerpen werden dan ook steeds persoonlijker.

Het gevolg was dat ik steeds vaker thuis kwam met verhalen met Nicole als hoofdrolspeelster. Ik had tegenover Sanne bewust een wat doorsnee beeld geschetst van haar, maar Nicole was verre van dat. Ze was eerder het tegenovergestelde, en bovenal bloedmooi en ontzettend intelligent. Deze details had ik echter wijselijk achter gehouden.
Na weer een ‘Nicole-verhaal’ zag ik San met haar ogen rollen en geïrriteerd ‘nee hoor, niks’ zeggen op mijn vraag of iets verkeerds gezegd had. Het was toen dat ik wist, dat ik mijn verhalen meer moest gaan filteren. Sanne jaloers maken is nooit een goed idee, maar zou in deze extra onzinnig zijn. Want als Sanne had geweten wat er speelde…

Uitgerekend het weekend dat Sanne en ik vijf jaar samen zouden zijn, moest ik noodgedwongen het concern van Nicole bezoeken. In Parijs. Met Nicole.
Niet gaan was echter geen optie, daarvoor hing er te veel van deze opdracht af. Hoewel Sanne naar mijn weten geen flauw idee had dat dit weekend speciaal was voor ons, voelde het alsof ik haar extra in de steek liet.
Ik had de weken ervoor besteed aan het plannen van een romantisch weekend voor mij en San en nu kon dat plan de prullenbak in. Gedeeltelijk. Ik had Sanne namelijk verteld dat ik ’s ochtends de Thalys zou pakken, maar in werkelijkheid wilde ik zeker weten dat het gedeelte van de verrassing, dat nog wel doorgang kon vinden, goed geregeld was.

Ik stond op om 5.15 uur en bleef nog even op de rand van het bed zitten. Ik hoef mijn zegeningen niet te tellen, dacht ik nog. Dit meisje behelst mijn zegeningen.

Ik kuste haar zachtjes op haar voorhoofd en liep richting mijn auto.

***

Die dag

Dit is een doorlopend verhaal, geschreven in samenwerking met een mysterieuze gastschrijver

Soms heb je van die momenten waarop alles even helemaal perfect is. Je hebt heerlijk gekookt, ploft op de bank en zet je favoriete serie aan. Je hebt gesport, voelt je waanzinnig sportief en geniet daarna van een heerlijke ontspannen douche. Of je bent er, zoals ik nu, op uit gegaan met het oude roeibootje van je vader. Lekker roeien door De Biesbosch, onderwijl genietend van een biertje, de warme zon en het gezelschap van mijn vriendin.

De ingrediënten voor dat laatste geluksmoment waren aanwezig, maar vanwege het ontbrekende gelukzalige gevoel bleek het toch een gemankeerd recept.

Het ging verder fout, toen we onder de laaghangende bomen door roeiden en vast kwamen te zitten in ondiep water. Ik was mijn broek al aan het uitdoen om in ondergoed het water in te stappen, maar mijn vriendin is er een van het ongeduldige soort. Wild begon ze met een roeispaan in de bodem van het kreekje te porren, totdat de roeispaan vast kwam te zitten.

Het hele ongeduldige soort…

In plaats van met beleid de roeispaan terug te trekken, zette ze kracht richting de verkeerde kant en de spaan brak. En zo was een verweerd bootje van zestig jaar oud, gecombineerd met een geïrriteerde vriendin, de start van een einde…
***
Varen. Hij wilde varen. Dat ik boten haat schijnt hij steeds te vergeten. Luisteren is nooit zijn sterkste kant geweest, maar vandaag irriteert het me meer dan ooit. Ik kon het hem niet weigeren. Niet vandaag, niet na alles wat er gebeurd was. Ik sta mezelf niet toe om prikkelbaar te zijn en probeer de ergernis van me af te schudden, maar het lukt me niet. Ik vraag me af of hij het merkt. Ik werp mijn blik op zijn sterke schouders en kijk hoe ze het vergane vlot langzaam voortbewegen door het vieze water. Zachtjes hoor ik hem neuriën. Het liedje fluit hij vaker en het heeft me nog nooit gestoord, maar op dit moment heb ik al mijn aandacht nodig om mijn handen op hun plek te houden. Het liefst zou ik de sjaal, die quasi nonchalant om zijn hals hangt, grijpen en hem ermee wurgen. Mijn gedachten dwalen af naar het levenloze gezicht dat me vanuit mijn herinnering aanstaart. Ik voel mijn handen klam worden en wrijf ze langs mijn broek. Senn fluit rustig verder en neemt een slok uit zijn biertje. Ik benijd hem om zijn lichtzinnigheid. Schuldgevoel en schaamte overheersen bij mij. Het is drukkend warm en ik wil uit deze boot, maar met elke roeislag raken we verder van de bewoonde wereld verwijderd. En ik van Senn.

Ik probeer het gevoel terug te halen dat ik ooit kreeg wanneer ik naar hem keek. Het sprongetje dat mijn hart maakte wanneer hij me opbelde en de glimlach die ik met geen geweld van mijn gezicht kreeg de eerste keer dat ik naast hem wakker werd. Ik weet dat deze momenten er waren, maar het gevoel ontbreekt. Er is niets dan leegte en Senn lijkt een vreemde. Terwijl hij voor mij een fles wijn probeert te openen, volg ik zijn bewegingen met een bijna wetenschappelijke precisie. Verdoofd voor de omgeving hoop ik bij hem een foutje waar te nemen. Ik ben op oorlogspad. Waar Senn drank en broodjes meenam, ging mijn tas met munitie mee. Het conflict zit bij ons in de boot, klaar om toe te slaan.

We nemen een afslag op het water, volgens Senn is het onder de laaghangende bomen zoveel mooier. Enthousiast begint hij een verhaal over een of andere vis terwijl hij de roeispanen in traag tempo door het water haalt. Ik zit helemaal niet op mooier te wachten. Ik wil sneller.
Dan raken we plots de bodem. De boot zit vast. Senn vloekt niet eens en lacht alleen maar. Hij staat op en begint zich uit te kleden. Er is niemand om ons heen en ik voel hoe de paniek langzaam bezit van mijn lichaam neemt: dit was zijn bedoeling. Een wanhopige poging om zijn ijskoningin te ontdooien. Ik besef ineens dat het liedje dat hij zojuist floot ‘ons’ liedje was. Mijn hart klopt in mijn keel en mijn maag draait zich langzaam om. De gedachten razen door mijn hoofd en koortsachtig zoek ik naar een uitweg. Ik concludeer dat die er niet is en grijp een van de roeispanen. Met mijn laatste kracht probeer ik de boot terug in de richting van het open water te duwen. Senn probeert me tegen te houden, maar ik ben niet te stoppen. Ik hoor het hout kraken en voel beweging. Een verkeerde beweging. Ik staar naar het stuk hout in mijn hand en Senn staart naar mij.
***
De dag dat ik Sanne ontmoette, was de dag dat er iets op z’n plek viel. Voor mij, voor Sanne. Meer dan de eerste glimlach die we deelden, was er niet voor nodig. Vanaf dat moment voelden en vulden we elkaar perfect aan. We delen passies, irritaties, onzekerheden, zekerheden en weten wanneer de ander ruimte te geven en wanneer tegen de borst te drukken.

De laatste maanden, werden delen en weten echter steeds meer deelden en wisten. Het eerste haarscheurtje in ons fundament ontstond een maand of drie geleden. Ik zeg haarscheurtje, want zo oogde het van een afstandje. Als je beter keek en wist waar te kijken, was het meer. Het scheurtje bleek een beginnende breuklijn. Een breuklijn, die het fundament de laatste weken onherstelbaar lijkt te hebben aangetast.

Wat het moeilijker maakt, is haar gedrag. En eigenlijk ons gedrag. Hóe te gedragen. Aan elke aanraking en woordenwisseling kleeft wantrouwen en onbegrip. Waar ik voorheen al bij een toevallige aanraking van haar een mini-liefdesorgasme kreeg, is dat gevoel nu volledig omgeslagen. Een aanraking van haar voelt nu als het ongemakkelijke gevoel dat je krijgt, wanneer iemand in een te volle lift tegen je aan staat.

De enige houding die ik me de laatste tijd aan weet te nemen, is een nonchalante. Vrouwen zijn niet de enigen die kunnen faken. Ook vandaag doe ik alsof het allemaal snor zit, en neurie ik ogenschijnlijk ontspannen, terwijl ik een slok neem van mijn biertje. Maar mijn biertje had net zo goed een glas van het water waarop we drijven kunnen zijn, of een pint van mijn eigen bloed. Deze laatste gedachte ontspringt naar aanleiding van de woeste blik die me aanstaart en de lucht tussen ons verder verzwaart, op het moment dat ons bootje vast komt te zitten.

En nu zitten we vast, met slechts een roeispaan, en zijn we ver verwijderd van vaste grond. Ik zucht, wat mij meteen een vers salvo haat oplevert.

“Sanne?” Niet langer lieverd.
“Wat??”
OK, here goes.
“Wat zijn we in godsnaam aan het doen?”

***
De lach is van zijn gezicht verdwenen. Grimmig kijkt Senn me aan. Hij verwacht een antwoord op een vraag die mij retorisch leek. Ik wil schreeuwen dat ik het niet weet, maar dat zou een leugen zijn. Verstijfd staan we tegenover elkaar in de boot, ik ben bang om te bewegen en ons laatste evenwicht te verstoren. Ik wacht op Senn, hij verdraagt zulke stiltes slecht. Ik dwing hem tot actie met mijn zwijgen. Woest rukt hij ineens zijn sjaal af. Ik kan mijn lach plots niet onderdrukken en mompel dat hij dat verwijfde ding beter hier kan achterlaten. Even zie ik zijn gezicht ontspannen, maar dan verpest ik het door er bits aan toe te voegen “als we hier nog ooit vandaan komen tenminste..”. Senn barst los en er is geen weg meer terug; mijn oorlogspad heeft naar hier geleid.

“Godverdomme Sanne!” Zijn schreeuw klinkt uitgeput en wanhopig.
Senn zwijgt even en gaat dan verder:
“Je reageert niet eens! Ik kan dit niet alleen oplossen en al helemaal niet als ik niet weet wat er met je is!”
Razendsnel weeg ik af of het verstandiger is om het op de boot te gooien en te doen alsof er verder niets mis is.
“Jij wilde me toch in die boot hebben?”
Het is oneerlijk en ik veracht mezelf om deze slappe aanval. Ik sta nog steeds met het stuk hout in mijn handen. Mijn shirt plakt aan mijn lijf en mijn benen trillen.
“Nee.” zegt Senn kalm maar beslist. Ik weet wat hij bedoelt.
“Nee.”, zegt hij nogmaals. “Dit gaat niet om die boot, dit gaat niet om nu.”
Ik besef dat ik op zulke momenten eigenlijk altijd wegloop en ik voel de spanning stijgen nu dat niet kan. Kutboot.
“Als het niet om nu gaat, zorg dan eerst maar eens dat we hier nu weg komen.”
Alweer zo laag. Ik herken mezelf niet in de persoon die hier geen centimeter ruimte geeft.
“Sorry, ik zie echt wel dat je je best doet.”, zeg ik in een poging iets te redden. Wat ik probeer te redden weet ik eigenlijk niet. Senn lijkt er überhaupt niet gevoelig voor te zijn.
“San, het interesseert me geen fuck of we ooit nog van deze boot af komen. Je zegt niets en wat je zegt is betekenisloos. Je bent laf!”

Laf. Drie letters. Het woord gonst na in mijn oren. Alles in mij wil zich verzetten tegen deze aantijging en nu iets ontzettend krachtigs en waardevols zeggen. Maar het alarm is al afgegaan, de herinnering ingetreden en de beelden dringen zich weer op. Mijn blik wordt vager en ik voel de eerste traan over mijn wang rollen.

***

Laf. There, I said it.
Drie letters, en meteen dé drie letters die Sanne definiëren de laatste maanden. Niet dat ik perfect ben, verre van. Samen hebben we er een potje van gemaakt. Ik heb er een potje van gemaakt. Maar waar ik probeer de dialoog te zoeken en ons wankele evenwicht te herstellen, zoekt zij haar veilige hoekje op. Een plek waar stilzwijgen en problemen ontwijken de dienst uitmaken.

En toch. Zeggen dat San laf is gaat bij haar dieper dan enkel het blootleggen van een tekortkoming. De eerste traan dient zich dan ook aan bij haar en er breekt iets in me. Weer iets, waar ik dacht dat alles al verbrijzeld was.

“Sorry, sorry. Ik wilde niet…”
“Je hebt gelijk”, zegt ze. “We moeten hierover praten. Ik moet hierover praten.”
Ik zeg niks.
“Die dag was zo…”, ze slikt even en kijkt me aan. “Vanaf die dag dreven we weg.”
Ik zeg niks.
“Of ik dreef in ieder geval. Ik bedoel, jij deed en doet ontzettend je best, maar je bent niet meer de Senn van voor die dag. Hoe hard je het ook wilt doen voorkomen.”
Ik zeg niks.
“Godver Senn, nu zeg ik eindelijk eens wat en nu schiet jij ineens in Sanne-modus. Wat wil je nou??”

Ik zoek naar woorden en denk: Laf. Niet alleen haar drie letters.
“Ik was het.”, zeg ik met gescheurde stem.
“Wat bedoel je? Wat was je??”
Ik moet het zeggen.
Ze kijkt me niet begrijpend aan. En dan, heel langzaam, verandert haar blik…
Ik móet het zeggen…

***
(wordt vervolgd…)

De fiets

Vier uur in de nacht. Hectoliters regen, alsof het de zondvloed is. Hectoliters bier achter de kiezen, alsof ik de zondvloed verwachtte. Een fiets op een vergeten plek.

En nu moet ik van plek A naar plek B.

Onder normale omstandigheden zou dit geen onoverkomelijke taak zijn, maar op dit moment ben ik vooral blij, dat ik niet tegen zowel de deur van de uitgang, als de uitsmijter aan ben gelopen. Ik zeg ‘zowel’, want ik liep in volle vaart tegen de deurpost aan. Technisch gezien dus eigenlijk niet de deur!

Held!

Jammer wel dat daarmee ook gelijk mijn laatste kansen bij Yvonne sneuvelde, die het van een afstandje gadesloeg. Hoewel haar “je ziet er niet uit en je stinkt” ook een hint zou kunnen zijn, dat de aantrekkingskracht wellicht niet wederzijds is.

Ok, waar is mijn fiets?

Ik meen mij te herinneren, dat ik bij het café om de hoek ben begonnen en daar mijn fiets heb neergezet. Oh en toen later naar die snackbar ben gefietst inderdaad. Jaaaa, nu weet ik het weer.
Haha, toen waren we al strontmelig en zo zat als een aap! Maar okok, en toen. Toen, toen, toen…

Oh ja, toen wilde ik bestellen en hadden we allebei geen geld meer. Ennn..uhmm… Oh fuck, haha, ooooh fuck. Ik heb voor twintig euro mijn fiets verkocht aan die corpsbal! Mijn fiets, als in: de fiets van mijn broer. Die gaat niet blij zijn morgen…

Ok, dan maar lopen.

Right, lopen dus. Maar eerst even zitten hier. Even bijkomen. Krachten verzamelen.
Even kijken of ik nog berichten heb van de anderen. Waar is mijn mobiel? Die stop ik toch altijd hier…. ah, in mijn borstzak. Wat raar… Shit, waarom gaat dat ding niet aan?? Oh wacht, dat is mijn mobiel helemaal niet! Godverdegodverdegodver, okok, opstaan en terug naar de kroeg.

Ok, richting kroeg.

Even ademhalen, in mijn ogen wrijven en geconcentreerd die kant oplopen. Jaaa, dat gaat best. Valt wel mee met die dronkenschap.

“Heeee,mag zjikk wat vraagen??!”
Shit, mijn mond is nog dronken.
“We zijn gesloten vriend, morgen weer een dag.”
“Maar, muh zelevoon isz nog binnen.”
Crap, dit klinkt zelfs voor mezelf gênant.
“Morgen weer een dag vriend, we zijn dicht!!”

Ok, dan maar weer lopen.

Maar waarheen? Mijn huis? Neeeee, dat is echt een jezuseind lopen. Een taxi maar nemen dan. Hoeveel geld heb… damn, tien euro nog maar. Daar kom ik net deze straat mee uit, met die taxinazi’s van hier. Ok, wat nu?

“Kijk uit gast!!!”
Ik draai me om en zie een dikke, volledig dronken gast op me af komen fietsen. In slow-motion zie ik mezelf opzij duiken en hem proberen uit te wijken. Beide pogingen slagen, maar opzij duiken betekent voor mij helaas een duik in een diepe plas en voor hem een innige omhelzing met een geparkeerde Smart.

“Aaaaaah, tyfus tyfus! Bijziende kutknor, kan je niet uit je doppen kijken man?!!”

Ik trek mezelf op uit de plas en wrijf mijn ogen ‘droog’. Het is dezelfde corpsbal van eerder en met mijn fiets! Hij herkent mij op dat moment ook.

“Heeee! Pikkebaas! Hij rijdt heerlijk hoor je fiets! De remmen daarentegen…”
“Haha, heeft niks met het aantal bier te maken zeker?”

Heeee, ik ben ineens broodnuchter lijkt het. Wellicht het verkoelende bad van net.

Hij zegt lachend: “Je bent een geschikte vent. Kom, trakteer mij maar op een biertje!”
“Haha, in ruil voor mijn fiets, krijg jij van mij een biertje!”

Hij lijkt na te denken en zegt dan: “Maak er twee van en we hebben een deal! Ik woon hier toch om de hoek!”
“Deal!”

Ik bedenk me, dat ik eigenlijk ook wel weer een biertje lust. Ik sta tenslotte alweer bijna een uur droog. Ik raap mijn fiets op en wil richting de enige overgebleven open kroeg lopen, als er achter mij geschreeuw klinkt.

“Heee! Heeeee gast!”

Ik draai me om en zie twee dronken meisjes van een jaar of twintig aan komen zwalken.
“Mogen we je fiets kopen?”

Hier hoef ik uiteraard geen seconde over na te denken en zeg dan ook:
“Absoluut. Twintig euro!”

Terug willen

“Hoe kenden jullie elkaar?”
“Uit het dorp. En nogmaals bedankt dat je mee bent vandaag. Het betekent echt ontzettend veel voor me. We waren heel close toen.”
Maaike knikt, half in gedachten, en we schuifelen verder. Plotseling zegt ze:
“Hoe vaak heb je aan hem gedacht de afgelopen jaren?”
Het heeft geen nut om te zeggen dat ik niet weet over wie ze het heeft.
“Dagelijks.”

Hem is de enige echte vriend die ik ooit heb gehad. En eerlijker en directer maken ze ze niet meer.

Zo zei hij me, dat het me aan de absolute wil ontbeerde om te gaan voor waar ik volgens mijn eigen woorden “tot op het bot gepassioneerd” voor was. Hij was ook de enige die me keihard vertelde hoe het zat, en me uitschold op de momenten dat ik weer naliet te doen wat ik beloofde. En hij was het die mij in niet mis te verstane woorden vertelde, dat diezelfde beloftes minder waard waren dan het pluis in mijn navel.

Ik haatte hem soms, verachtte hem zelfs en vervloekte hem. Maar wanneer ik thuis kwam, de lichtschakelaar weer half door de muur heen sloeg en op de bank neerplofte, ging mijn masker af. Niet dat iemand dat zag, want ik woonde toen alleen, was alleen.
En dus toch ook weer niet, want ik hield van die man. Ik hield verdomme van je.

“Waar is het fout gegaan tussen jullie? Ik bedoel, waarom…”
“Ik weet wat je bedoelt.”
“Sorry, ik wilde niet weer..”
“Geeft niks”, zeg ik meer kortaf dan ik wil. Ik zucht.
“Je hebt gelijk. Als ik het zelfs op deze dag niet kan vertellen, kan ik het nooit meer. Ik had het sowieso veel eerder moeten doen.”

Maaike zegt niks, maar kijkt me vol liefde aan en strijkt met haar hand langs mijn wang.

“Het is niets anders dan trieste ironie. Uitgerekend op het moment dat ik voor het eerst ergens vol voor ging, had ik dat moeten laten.”

We sluiten achteraan de rij aan en ik pak haar hand.

“Weet je nog dat in de zomer van 2003 ineens die alleenstaande moeder bij ons in het dorp kwam wonen?”
“Haha,” lacht Maaike voorzichtig, ”hoe kan iemand dat vergeten?! Prachtige vrouw! Zij was het enige waar jij nog over praatte die maanden. Celine of Carlijn of zo? Maar was ze moeder joh?”
“Jolijn. En ja, dat is althans wat ze vertelde toen ik haar voor het eerst sprak. Maar niemand heeft haar ooit met kinderen zien lopen die zomer.”

De rij achter ons groeit met de minuut en ik pak de hand van Maaike nog wat steviger vast.

“Anyway, zij was net als ik bijna dagelijks in de bieb te vinden en zodoende raakten we in gesprek. Om het kort te houden: we groeiden naar elkaar toe en van het een kwam het ander. We kregen wat zogezegd.”
“Oh? Waarom heb je dat nooit gezegd?”
“Haha, rustig rustig. Daar kom ik op.”
“Sorry.”
“Geeft niks. Dus, toen we eenmaal besloten hadden dat we wat hadden, heb ik het pas verteld aan hem.”
“Hem? Oh…”
“Ja. Om maar een understatement te gebruiken: ik had verwacht dat hij anders zou reageren. Ik weet niet hoe, maar niet zo…”
“Hoe?”
“Het ging goed, tot het moment dat ik een foto van haar liet zien. Toen verstijfde hij echt. Zijn blik verhardde en hij draaide zich van me weg. Ik raakte zijn schouder aan en wilde vragen of er iets mis was, en op dat moment draaide hij zich razendsnel om en sloeg me met volle vuist in mijn gezicht. Het lichtje ging even uit bij me, zeg maar…”
“What the hell?! Maar waarom…???”
“Laat ik het zo zeggen. Ze was inderdaad een alleenstaande moeder en met een reden terug gekomen naar uitgerekend ons dorp…”
“Wat bedoel..neeeee….dat meen je niet. Echt?? Jezus! Jezus….”
“Echt.”
“En is zij is de reden waarom we hier zijn? Zij is…?”
“Klopt…”

De rij is aardig opgeschoven en we komen aan bij het graf. Maaike geeft me de ruimte en ik loop naar de kist. Ik adem een aantal maal heel diep in en slik een brok emoties weg. Niet dat het wat uithaalt, want de volgende brok, vergezeld van een dikke traan, dient zich alweer aan.

“God, wat houd ik van je.”
Ik gooi een roos op het graf en tel tot tien.
“Ik ben nooit gestopt met van jou te houden, Jolijn. En vanavond ga ik met je zoon praten. Voor jou, voor ons.”
Ik kus mijn handpalm en raak hiermee haar kist aan. Mijn ene traan is niet meer eenzaam, maar ik laat ze biggelen. Ik kan ook niet meer anders op dit moment, want in de verte zie ik hem staan…

Klein plezier

“Jezus, als ik em via internet bestel is hij verser…”
“Pfff, nou inderdaad. De mijne smaakt als de liefdesbaby van rubber en plastic.”

Het is weer vrijdagmiddag en dus trekken Jaap en ik weer een hamburger uit de muur bij de Febo om de hoek. De eigenaar Peter, of Pebo voor ons, kijkt ons gemaakt boos aan.
“Luister klojo’s, als jullie van dat fancy yuppenvoedsel willen, ga je maar lekker bij die organische biogranen tent hier om de hoek eten!!”
Pebo moet niet teveel moeilijke termen gebruiken.

Peter heeft zijn bijnaam te ‘danken’ aan zijn baan en een dronken verjaardag. Zijn verjaardag om precies te zijn.
Al sinds jaar en dag komen wij bij Peter over de uhhmm vieze tegels, en al sinds jaar en dag schept hij op over zijn prachtige exotische vriendin. Nadat Jaap en ik een dagje terras erop hadden zitten, besloten we in te gaan op de uitnodiging van Peter en richting zijn huis te gaan alwaar hij zijn verjaardag vierde. Al lichtelijk professioneel aangeschoten en vooral ongelooflijk melig, kwamen we aan bij het huis van Peter. Peter deed zelf open en was blij verrast.
“Hee jongens, wat leuk!”
Hij wijst richting een groepje mensen en zegt:
“Het bier staat daar en de hapjes staan om de hoek. Ik ga even wat extra bier halen in de kelder en zal daarna mijn vriendin er even bij roepen, dan kunnen jullie haar ook gelijk ontmoeten!”
“Helemaal goed!”

Ik loop richting De Bron en twee bier en twee hotdogs rijker zeg ik tegen Jaap:
“De onderste biertjes zijn het meest koud, dus die zou ik pakken.”
Ik at mijn biertje en begin aan de tweede, onderwijl een hotdog verorberend. Had ik al gezegd dat ik geen vriendin had? Dit kan een reden zijn.
Jaap heeft hetzelfde recept en hanteert meteen dezelfde charmante manier van het atten en naar binnen werken van de lekkernijen. Jaap is vrijgezel.
“Wie denk jij dat het is?”, vraagt Jaap.
“Wie?”
“De vriendin van Peter.” Jaap wijst naar de grote groep mensen achterin de kamer.
“Ik denk die lange, met dat gele truitje.”
“Kan kan. Ik denk die met die briljante billen. Doet Peter niet verkeerd dan!”
“Je hebt de voorkant nog niet gezien hè! Niet te vroeg juichen.”
“Nee okok, is ook weer zo.”
“Oef, die met dat gele truitje heeft echt een gepenmuil. Hoop voor Peet dat dat haar niet is.”
“Haha, nou inderdaad! Anyway, ik ben dorstig. Twee bier?”
“Lekker! Wacht, ik loop wel even mee.”

We lopen de bierruimte in en lopen twee meisjes half omver.
Jaap, altijd de gentleman, zegt:
“Haha, ik ben nu al dronken geloof ik!”
Ik, iets meer gentleman:
“Gaat het meiden? Wij zijn wat lomp op zijn tijd.”
De kleinste van de twee, klautert op en draait zich om. Lachend zegt ze:
“Ja, ik heb al aardig wat van die ‘lompe’ verhalen van Peter gehoord. Ik ben Sunee en dit is mijn zusje, Mali”

Wat de neuk?? Is dit zijn prachtige exotische vrouw? Een meter vijfenveertig en minder vrouwelijke vormen dan een embryo. Ik raap me bij elkaar en zeg:
“Hee wat leuk! Jij moet wel de prachtige exotische vriendin zijn waar Peter het non-stop over heeft! En je hebt al net zo’n prachtig zusje. Aangenaam! Ik ben Stef en dat is Jaap.”
Ik draai me om en wil naar Jaap wijzen, maar zie dat hij niet meer achter me staat.
“Oh Jaap is waarschijnlijk kotsen ofzo, maar ook hij zegt aangenaam!”
“Haha, nou leuk jullie eens te ontmoeten. Wellicht spreken we jullie zo nog even! Doei!”
“Doei!”

Ik draai me om en ga op zoek naar Jaap. Ik zie hem niet binnen staan en loop dus maar de tuin in. Daar, schuin achter een schuurtje, zie ik hem staan. Paars aangelopen van de lach en nog steeds hinnikend, huilend, proestend.
“Ik heb…ik weet hoe….perfecte naam…ik weet hem!”
Zijn gelach maakt ook mij melig en ik vraag hem al half lachend:
“Wat? Naam voor wat?”
“Een bijnaam voor Peter!”
“Haha, okok. Wat?”
Ik weet dat dit een ongelooflijke slechte bijnaam gaat worden, maar ook dat we allebei stuk gaan zodra hij het zegt.
“Hij heet Peter.”
“Ja…”
“Hij werkt bij de Febo.”
“Jaaa…”
“En zijn prachtige exotische vriendin is een klein meisje.”
“Haha, jaaaa…?”
“Pebo!”

En daar gaan we. Het is alsof ik honderdduizend sit-ups in een seconde doe, zoveel buikspierpijn voel ik. Achteraf hoorde ik, dat we daar bijna twee uur lang van de ene naar de andere lachstuip gingen, en uiteindelijk pas toen het begon te regenen kalmeerden en weer naar binnen gingen. Pebo kijkt ons vernietigend aan als wij de kamer weer instappen.
Niet alleen zijn bijnaam is toen geboren.

“Het gebruikelijke recept weer klojo’s?”
“Jep!”
“Staat negen uur nog vanavond?”, zegt Pebo tegen Jaap.
“Gezellig. Dan zie ik je dan bij die nieuwe Thai op de hoek. Tot vanaaf klojo en jou zie ik volgende week klojo!”, richt hij zijn aandacht op mij.
“Tot volgende week Pebo!”
Hij gromt wat en wij lopen de Febo uit.
Ik zeg tegen Jaap:
“Veel plezier met jullie peuters vanavond hè? Doe Mali de groeten”
“Haha, klojo!!”

Vrienden gezocht

“Ik ga even passen chef. Ik heb nu tien dagen achtereen gewerkt en ik moet echt even hard gaan relaxen. Je zal iemand anders moeten regelen voor de ploeg van vannacht, want voor mij is het echt weekend nu!”
Nog een kwartiertje werken en de ellende zit er op. Ploegendiensten zijn normaal al geen pretje, maar tien dagen achtereen is onmenselijk. Maar goed, de uren zijn gemaakt, het geld is verdiend en ik heb weekend!
Vanavond maar eens lekker de stad in! Nu nog wat ‘partners in crime’ regelen, dus ik pak mijn mobiel om wat door mijn recente appjes te scrollen.

Ah, ik zal Rick eens proberen.

“Maat! Ik zat te denken aan uurtje of zes een Italiaan pakken, daarna richting de kroeg om uitzonderlijke hoeveelheden bier weg te tikken, vergezeld van uiterst schitterende verhalen, die uiteraard allemaal waargebeurd zijn. Ben je in?”

Zijn reactie laat even op zich wachten en dus stuur ik hetzelfde berichtje vast naar Rik, a.k.a. Rik Zonder C.

Rik reageert meteen: ”Maat! Prachtplan, maar ik heb Cynth beloofd om bij haar ouders te gaan eten en ’s avonds gaan we naar Sister Act. Sorry man, maar snel!!!”

Even wachten hoor?!? Sister Act?? Als in: Sister Act???? Dus ik zeg:

“Even wachten hoor?!? Sister Act?? Als in: Sister Act???? Heb ik je castratie gemist? Sorry man, heb het ook zo druk gehad. Met al die ploegendiensten enzo, snap je.”
“Haha, eikel. Ik moet af en toe wat offers brengen hè! Maar zo’n musical is echt leuk hoor, het zal je verbazen!”
Right… Ik laat het gaan en zeg:
“Haha, jij liever dan ik. Maar ok, ik hoor je wel weer. Have fun!”

Rick heeft ook gereageerd:
“Yooooooooooo! Alles goed? Te lang geleden, dat we lekker ongecompliceerd bier zijn gaan drinken! Maar ik moet helaas toch even afhaken man. Ik moet morgen op die kleine passen, want m’n vrouw heeft een avondje uit met vriendinnen.”
Ik schud verbaasd mijn hoofd.
“De laatste twee weken was jij toch ook al alleen thuis met die kleine??”
“Haha, ja ik weet het. Ik ben een goedzak hè!”
Right. Of een ongelooflijke walk-overige flaplul. Enfin.
“Haha, blijkbaar. Maar goed, spreek je man.”

Ok, en toen. Vincent maar proberen.

“Vince! Lang niet gesproken man! Ik zeg bier en billen vanavond! Vrouwenbillen wel te verstaan, althans, voor mij dan.”
Vincent reageert, als altijd, meteen:
“Arbeider! Topplan, maar ik heb een babyshower en aansluitend een etentje met die stelletjes. Totaal geen zin in uiteraard, maar een beetje noodzakelijk kwaad na onze laatste stapavond…”

Onze laatste stapavond eindigde in het Erasmus MC, waar Vincent dertien hechtingen in zijn rechterbil rijker werd. Na vijftien bier en wat andere dubieuze genotsmiddelen, leek het hem een goed idee om een achterwaartse salto vanaf de bar te doen. Tja… Zijn vriendin was zogezegd, ‘not amused’ met het souvenir op de bil. Het gevolg is dat hij nu in zijn vierde “hoe kan ik laten zien dat ik nooit meer zoiets doms doe”-week zit, maar hij boekt nog weinig vorderingen. Ik kan het standpunt van zijn vriendin echter enigszins begrijpen dus ik zeg:
“Nou vooruit. Dit is daadwerkelijk een excuus waar ik nog wat mee kan. Sterkte vanaaf vriend! Ennuh, laat de biertjes maar even staan. Tip van mij!”
“Haha, ik zal er over nadenken. Laterrr!”

Ok, dit schiet niet op.
Ik probeer Kim. ”Sorry schat, ik moet mijn haar wassen vanavond!”
Ook zoiets dat mannen nooit zullen begrijpen. Je hele vrijdagavond haar wassen??
Stephanie: “Ik zit bij Sander vanavond schat. Het was even nodig zeg maar…”
Henk: “Morgenochtend een belangrijke wedstrijd vriend, dus ik ga er vroeg in!”
Menno: “Ik moet me vanavond ontharen lieverd en je weet wat een happening dat altijd is.”
Menno is een ‘over de top homo’-vriend van me en ja, helaas weet ik dat…

Al zuchtend leg ik mijn mobiel weg. Ik leun achterover in mijn stoel en kijk wat om me heen. De klok geeft aan dat er nog twee minuten werktijd resten tot ik weekend kan gaan ‘vieren’. Er is nog één iemand die ik kan bellen, dus ik pak mijn werktelefoon.

“Chef. Nog mensen nodig? Dan ben ik er om elf uur vanavond.”

Forceer haar

Ik had meer bloed verwacht.

Ik had gelezen dat een vrouw gemiddeld zo’n vijf liter bloed door de aderen heeft stromen. De hoeveelheid die ik nu voor me zie steekt daar erg schril bij af. Daarbij doen alle stoere verhalen die mij de laatste weken verteld zijn, geen recht aan de huidige situatie. Of aan mijn huidige gevoel.
Ze vertellen je niet over het moment dat jij je ‘cool’ verliest. Ze vertellen je niet hoe sterk je je voelt als je de kamer inloopt, maar als je haar ziet en vervolgens aan de slag gaat, je je uiteindelijk voelt zoals ik me nu voel.

Ik ben een jonge vent, zeventien jaar, en naar de buitenwereld iemand met veel zelfvertrouwen, babbels en ook wel een dosis arrogantie. Wij, mijn acht jaar oudere broer en ik, wonen in een arme wijk in Rotterdam Charlois, maar hebben veruit het meest grote en luxe appartement van de wijk. Volgens mijn broer hebben we een erfenis gehad van mijn oom. Ik ben er ooit eens ingedoken en zover ik weet hebben we alleen maar kansloze armoedzaaiers in de familie. En minder.

Mijn broer heeft structuur en elan aangebracht in de familie. Een familie die op het moment uit meer dan enkel familieleden bestaat. Mijn broer heeft er door de jaren heen voor gezorgd dat we voor veel buurtgenoten en buitenstaanders status hebben gekregen. Een status die we verkregen hebben door gewelddadig te zijn. Mijn broer noemt ons vaak met trots Forceerders. Hij had ooit een maffia-film gezien waarin enforcers een grote rol speelden en met zijn vmbo-Engels werd dat snel Forceerders.

Ik ben sinds kort een Forceerder.

Het begon, mede door de infantiele naamgeving, als een grap. Maar meer en meer mensen sloten zich, na een succesvolle inwijding, bij ons aan. We groeiden in aantallen en begonnen het steeds serieuzer te nemen. Ook ík nam het steeds serieuzer. Ik werd steeds serieuzer genomen en daarmee genereerde ik ook meteen meer aandacht. Van mijn mede-Forceerders. Van vrouwen. Een ramp op de rand van gebeuren…

Mijn broer is een genie en sadistische klootzak tegelijk. Om volledige geaccepteerd te worden als familielid en Forceerder, dien je Het Inwijdingsritueel succesvol door te moeten komen. Dit ritueel behelst het vernederen en martelen van iemand die jou na aan het hart gaat. Die persoon wordt door mijn broer zelf gekozen en vervolgens ontvoerd en naar De Kamer gebracht.

De Kamer is een kale betonnen kamer in een niet opgeleverd pand bij ons om de hoek. De rekruut krijgt de opdracht om daar de, door mijn broer gekozen en ontvoerde persoon, drie helse uren te laten beleven. Ik heb rekruten de kamer uit zien komen met maniakale blikken en van top tot teen onder het bloed. Een enkeling verliet De Kamer zelfs met een ‘trofee’ ….

Maandenlang heb ik getracht het bestaan van Sofia voor mijn broer verborgen te houden. Toen het te link werd en mijn broer onraad leek te ruiken, heb ik het meteen, met pijn in mijn hart, stopgezet. Ik was zeventien jaar en deze vrouw had de eerste onuitwisbare indruk achtergelaten. De eerste vrouw doet dat.

Hoewel de pijn van het afscheid elke dag een nieuw stukje van mijn ziel wegbeet, verdween de angst dat onze romance opgemerkt was. Totdat Sofia ruzie kreeg met haar jongere zusje, die in een vlaag van woede en verstandsverbijstering mijn broer vertelde over mijn avonturen met haar zus…

Mijn broer voelde zich verraden. Te kijk gezet door zijn jonge broertje.

Geblinddoekt wordt Sofia mijn kamer in geduwd. Ze draagt een lange roze rok tot op de grond met daarop een lichtroze, wijd zittend shirtje. Haar prachtige donkere haar valt sierlijk langs haar gezicht en landt op haar borsten. Haar vrouwelijke vormen en schoonheid zijn niet te missen, maar ze verdrinken even in de tranen die haar gebroken verschijning bij me doen opwellen. Ze weet nog niet dat ik het ben die voor haar staat en zegt daarom met schrale stem: “Doe wat je wilt en laat me daarna gaan!!”

Ik vind geen woorden, wil haar enkel beetpakken en haar angstige lippen zoenen.

In plaats daarvan zoen ik haar zachtjes in haar hals en ze verstijfd. Heel even. Drie tellen… Ze zegt niks, maar lijkt te zeggen: zoen nog eens…
Ik zoen haar nog eens, maar langer. En langzaam ga ik met mijn lippen via haar wangen naar haar lippen. Gedurende tien minuten verlaten onzen lippen elkaar niet en langzaam vormt zich een dikke traan die naar beneden loopt, terwijl ik haar lippen loslaat.

Ze doet een stapje naar achter.

“Waarom zoen je me zo?”
“Zo?”
“Zo, alsof ik het enige meisje ben die er toe doet voor je. Je zoent me weer wakker en dat vind ik kut, want ik weet dat het onzin is .”
“Je denkt dat het onzin is.”
“Ik weet het. Ik ken al die verhalen wel!”
“Je denkt verhalen te kennen, maar je hebt ondertussen geen idee hoe….”
“Wat?”

We zijn even stil…
Ik zeg: “Ik mis je. ”
“Ik jou.”
“Mijn broer is een sadistische klootzak en een psychopaat.”
“Weet ik…”
“En hij verwacht gegil en bloed…. We moeten hier drie uur zitten en wat hij verwacht ga ik hem niet geven.”

Weer valt het stil.
Zij verbreekt de stilte: “Weet je nog hoe het eindigde vorige keer? Waar het eindigde?”
“Dat weet ik, maar ik wil echt niet….”
”Je broer verwacht bloed en gegil. Ik ben nog maagd en je weet wat die zoenen met me doen…”

Mijn huis

Dit is veruit de meest belangrijke handtekening die ik ooit gezet heb. Alles wat ik hier heb meegemaakt wordt ineens bruut afgesloten. De herinneringen blijven, maar zullen nooit meer zo levendig opgehaald kunnen worden als nu. De gebeurtenissen van het afgelopen jaar hebben er echter voor gezorgd dat dit de enige juiste keuze is. Er moeten bruggen verbrand worden en dit is de belangrijkste brug. En toch krijg ik die pennenstreken niet op papier…

Er wordt op de deur geklopt, maar ik negeer het. Nog twee biertjes in de koelkast, dus ik open er eentje en kijk om me heen. De deur van de logeerkamer staat open en in de hoek van de kamer zie ik een oud versleten matje liggen. Hét matje waar menig vriend van me op heeft geslapen en wat eigenlijk, op een goede dag, misschien geschikt is om een uit de kluiten gewassen kleuter op te laten slapen. Herinneringen van toffe stapweekenden en professioneel aangeschoten ‘slap ouwehoer’-avonden komen weer boven. Ik sluit de deur en loop naar de badkamer.

De badkamer is spik en span en ontbeert daarom wat van het karakter dat het doorgaans heeft. Een andere interpretatie is, dat het doorgaans rommelig en vies is. Maar om het even welke interpretatie, ook hier hangen herinneringen in de lucht. Niet eens die van vleselijke aard, maar de momenten voor de spiegel met een vragende blik die de vragende blik in die spiegel aankijkt en zoekt naar iets. Een schouderklopje, een berisping, een you’re the man, noem maar op. Die spiegel was jarenlang een van mijn grootste fans en criticasters. Nu lijkt hij enkel te blingen.

Terug in de woonkamer valt het uitzicht over het haventje me weer op. De avond is gevallen en het maanlicht en de lichten van de bootjes weerkaatsen op het water. Geen nieuwe gewaarwording, maar wel een die ineens veel harder binnenkomt. Als een dubbele wodka op een nuchtere maag. Ik open de deur naar het balkon en ga op mijn balkonstoel zitten. Niet mijn beste idee, want ik heb nu een drie centimeter dikke strook stof aan mijn kont hangen. Memo aan mezelf: neem een schoonmaakster. Ik kijk voor me en de bootjes liggen erbij zoals altijd, de lichten schijnen zoals altijd en de stadsgeluiden zijn als altijd. Toch is het niet als altijd.

Het verkoopcontract staart me vanuit de woonkamer aan. Het heeft mijn krabbel nodig om iets voor te stellen. Hij weet het, ik weet het. Ik ben aan het uitstellen, zoveel is duidelijk, maar ik hoop nog steeds op een teken of ingeving. Op iets, wat dan ook, wat me overtuigt dat ik hier helemaal niet weg moet. Maar ik heb zoveel mensen voor het hoofd gestoten, zoveel mensen tegen me in het harnas gejaagd en uiteindelijk zelfs de belangrijkste persoon weggejaagd en mij doen haten: mijn vriendin. Nu dus mijn ex-vriendin. Weggaan is de beste oplossing. En toch…

In het laatste jaar, het jaar waarin ik de weg volledig kwijtraakte en mezelf belachelijk maakte, was er altijd een vriend die naast me bleef staan. Hij lachte me af en toe uit, wees me de les, maar hij snapte me wel. En hij vindt niet dat ik moet gaan. “Ze houdt nog van je dude, maar verwacht meer van je”. Wat dat ook moge zijn.

Ik pak het laatste biertje en vul het voederbakje van de katten bij. Waar die beestjes normaal gesproken gelijk aan komen rennen merk ik nu weinig. Ik kijk om me heen en zie ze bij de deur zitten. De ene snuffelt aan de ander en die ander ligt op een grote envelop. Waarom doen katten dat?? Ik pak de envelop en open hem. Er zit een lichtblauwe kaart in met voorop een plaatje van twee beertjes die verliefd moeten ogen, maar er uitzien alsof ze net te horen gekregen hebben dat hun hele familie is overleden en ze nog een half miljoen verplicht zijn aan de belastingdienst. Ik open de kaart en lees:

“Ja ik weet het, de kaart is volledig kut. Maar wat ik wil zeggen is dit: I love the fuck out of you, tijd voor een drankje?”

Ik pak het contract, verscheur het, loop naar de koelkast en open het laatste biertje.

Morgen weer

Waar blijft die barvrouw?!! Ik ben nog veel te nuchter. Misschien ook nog even een pilletje om die scherpte eraf te schaven.

Lichten verblinden me, mensen rammen me, vrouwen bekijken me. Ik merk er geen reet van. Waar de hell ben je Lana?? Waarom krijg ik geen reacties op mijn berichten en waar is Stef?
Ah eindelijk, de barvrouw. “Dubbele wodka en een grote bier!”
Wat zei die dealer, niet teveel zuipen in combinatie met deze pillen? Fuck it, ik voel me prima.
Ik zie ze nog steeds niet, of is dat Lana? Waarom reageren ze verdomme niet??
Mensen blijven tegen me aan lopen. Een meisje morst bier en zegt sorry. Ik mompel wat en loop door. Ze houdt me aan en wil iets zeggen. Is dat Lana in de verte??
“Gast, sorry. Kan ik een biertje voor je halen?”
“Wat?”
“Kan ik een biertje voor je halen? Ik heb je halve shirt onder gegooid. Minste wat ik even kan doen.”
“Wat? Rot op, ik moet effe door.”
Ik loop door en bots tegen een bodybuilder op. De dealer van eerder.
“Rustig vriend. Moet je nog wat hebben om een beetje relaxter te worden? Je kijkt nogal gestresst uit je ogen.”
“Heb je Lana gezien?”
“Wie? Geen idee wie je bedoelt. Moet je nog wat hebben of niet?”
“Wat? Oh, ja doe maar een gram.”
“Weet je het zeker vriend? Dit spul is geen grap, en je hebt al wat andere snoepjes op…”
“Ik wil het ook wel bij die andere gast halen, graag of niet.”
“Okok, wat jij wil. Maar ga niet lopen ouwehoeren als je dadelijk op de intensive care ligt.”

Ik loop de toiletten in, maar de toiletjuffrouw roept me terug en vraagt om een bijdrage. Ik voel in mijn zak en vind enkel briefgeld. Ik geef een briefje en aan haar reactie te zien is het goed. Voor haar dan. Ze lacht lief en steekt het briefje snel weg. Het boeit me niet dat ik blijkbaar geen geld terug krijg, loop de eerste de beste lege plee in en sluit de deur. Net op het moment dat ik een snuif neem denk ik Stef te horen. En gegiechel. “Lana??”, roep ik. Niks. Het zal wel. Ik neem een tweede en derde snuif en loop naar buiten.

Ik kom de toiletten uit en loop langs een nog steeds breed lachende toiletjuffrouw richting bar. Met elke stap voel ik me beter en de muziek komt ook steeds beter binnen. Ik kom bij de bar, wring me tussen een paar mensen en roep naar de barvrouw: “Een fles wodka lekker ding en neem zelf ook wat!” Ze lacht beleefd naar me en komt de fles brengen. Ik wil betalen met mijn briefje van vijftig euro, maar dat lijkt verdwenen. Dan maar een honderdje. Ik zet de fles aan mijn lippen en neem een paar flinke teugen. Op dat moment voel ik een por in mijn zij.
“Beetje jammer dit. Volgens mij was ik eerst!”
Ik draai me om en zie een dikkig blond meisje mij boos aanstaren. Zij gaat verder.
“Hee jij bent die gast van net. Wat was dat? Kon je niet normaal doen?? Ik bied je een drankje aan en jij begint achterlijk te ouwehoeren en loopt door.”
Geen idee wie die chick is, maar ik voel me te goed om hierdoor mijn humeur te laten verpesten.
“Vast niet zo bedoeld lieverd, ik ga even door.”
“Wat lieverd? Ik ben je lieverd niet flapdrol!!”
Een vriend van haar komt er bij staan. Een supersized versie van mijn dealer. Niet goed…
“Wat moet je klootzak, ik zag je haar net ook al lastig vallen. Zoek je problemen??”
De coke begint steeds meer zijn werk te doen en ik word steeds meer opgefokt.
“Dat wijf van je morst eerst bier over me heen en begint daarna te ouwehoeren. Misschien moet je even een paar extra lenzen voor haar gaan kopen. Hier heb je twintig euro en nu oprotten!!”
Eén van mijn minder verstandige opmerkingen van de laatste jaren blijkt. In slow motion zie ik het voorhoofd van de reus op me afkomen en in slow motion draai ik mijn hoofd weg. Ongeveer tien seconden te laat. Ik voel geen pijn, maar voel wel het bloed over mijn wangen en lippen stromen. Ik lig ineens op de grond en zie een schoen op mijn gezicht afkomen. Een seconde later voelt het alsof mijn gebit naast me op de grond ligt. Ik zat er niet ver naast bleek later, maar pijn voel ik niet.
“Als ik je nog één keer in de buurt van mijn meisje zie dan maak ik je dood!! En blijven liggen jij!”
Ik vind het best. Ik lig goed. Ik til rustig mijn hoofd op en zie een groep mensen om mij heen staan. Ik zie in de verte twee uitsmijters mijn kant op komen. Ik zie schuin achter hen Stef en Lana in een donker hoekje innig verstrengeld zoenen. Naast me ligt de fles wodka. Intact. Ik veeg het bloed zo goed en kwaad als het gaat van mijn lippen, steun op mijn handen en til mezelf deels omhoog. Lana ziet me en Stef kijkt betrapt. Ik lach, zet de fles aan mijn lippen en neemt een flinke teug. Fuck it, vanavond is het leven goed. Morgen is het leven weer zoals het is.

Over winnen

Sander is tien, Sammie, zijn broertje, is negen. Samen spelen ze vaak in de tuin van hun vrijstaande huis aan het einde van de straat. Sander is vaak druk in de weer met zijn voetbal, Sammie zit vaak met een glimlach naar zijn oudere broer te kijken. Op de achtergrond zit hun vader met zijn eeuwige sigaretje en het sportkatern van de krant, met een dromerige blik naar zijn zoons te staren. Achterin de enorme tuin, omgeven door bloemen, is de plek die ze alle drie veel opzoeken en veel mijden. Moeders plek.

Lieve, hun tienjarige buurmeisje, komt aangerend en loopt weer in al haar enthousiasme Sammie zowat omver. Sammie lacht alleen. Sammie lacht altijd als hij Lieve ziet. Ook Sander en Lieve kunnen het goed vinden, maar zelfs met zijn tien jaar ziet Sander dat de band tussen zijn broertje en haar specialer is. Een kinderverliefdheid op volwassen wijze. Lieve is de dochter van een marinier en heeft al meer van de wereld gezien dan menig volwassene. Sammie is een negenjarige geestelijk jongvolwassene in een gebroken lichaam. Toen hij vier was raakte hij samen met zijn moeder betrokken bij een ongeluk, hét ongeluk. Zijn moeder overleed na een ziektebed van drie maanden. Hij revalideerde een jaar lang en loopt op goede dagen zoals diehard gangsters dat in Long Beach doen. Maar dan onbedoeld en met een grote dosis pijn. Op slechte dagen ligt hij op bed en is ontsnappen in zijn gedachten de enige manier om evenwicht te bieden aan de pijn.

Van de buitenkant lijkt zijn vader niet veranderd. Naar vrienden en kennissen acteert hij hoe hij vroeger was, naar collega’s toe is hij wat ingetogener, maar niemand die dat vreemd vindt. In zijn hoofd is het echter een ander verhaal. De kilo’s liefde die hij vroeger bezat en aan zijn vrouw en kinderen gaf, is omgezet in een veelvoud aan kilo’s haat, frustratie en onbegrip. En agressie. En drankmisbruik. En een combinatie van die twee…

Het is weer zo’n middag waarop zijn pa rond lunch is begonnen met de eerste fles whisky. De fles en zijn blik worden met het uur leger en Sander en Sammie weten dan ook wat er komt. Hoe groot hun pa ook is, Sammie is de zwakkere en dus diegene waar zijn pa de aandacht op richt. Zoals altijd. Dus zoals altijd loopt hun pa met langzame, maar met haat doordrenkte tred richting Sammie. Vandaag is het echter niet zoals altijd. Sander is even daarvoor naar boven gelopen om een nieuw shirt aan te trekken. Niks staat er vandaag tussen zijn pa en de klappen met volle vuist die hij gaat ontvangen…

Sammie ziet hem in zijn ooghoek aankomen en loopt, of strompelt, met een door pijn getekend gezicht richting het graf van zijn moeder.  De vrouw van zijn vader. Tegen beter weten in hoopt hij dat dit zijn pa zal kalmeren en tot inzichten zal laten komen. Tot bezinning, tot rust, tot uiting van liefde. De tred en de blik blijven echter dezelfde en zijn pa hoeft enkel nog de bomen rechts van het graf te passeren en hij staat voor hem. Hij hoort hem ademen, hij hoort zijn voetstappen op de takjes, hij voelt bijna zijn haat. En dan ineens een knal, een gil en niks… En dan hoort hij weer voetstappen, lichtere, en een meisje huilen.

Lieve loopt huilend op hem af, laat iets vallen in het gras en zegt: “Je vader doet jullie geen pijn meer lieve Sammie”.

 

 

Vrees niet

Hij dacht in eerste instantie dat hij de emoties, die in zijn hoofd vochten om aandacht, aardig gescheiden had. Hij dacht vervolgens één voor één deze emoties vertaald te hebben in woorden en dat de woorden de juiste dosis ontspanning, interesse en intensiteit bevatten. Maanden had hij over dit moment nagedacht. Maandenlang had hij geworsteld met woordcombinaties, de juiste intonatie, oogopslag en wat niet. Dit is een bepalend moment in mijn leven, besefte hij.

Hij vroeg zich af welke angst hem nou precies in zijn greep hield. Angsten had hij te over en er ging geen dag voorbij zonder dat hij ergens wel weer uren over lag te piekeren. Volledige rust en ontspanning kende hij niet. Vrienden antwoordden op de vraag wat ze die avond daarvoor hadden gedaan steevast met: “Ik ben wezen chillen met die en die”. Ook zo’n woord waar hij niks mee kon. Al van kleins af aan was er maar één baken van zekerheid in zijn leven: angsten.

Zijn eerste heldere herinnering van een angst was van toen hij tien jaar oud was. Hij ging met groep 7 van de basisschool op schoolkamp in Renesse. Dit betekende drie dagen van huis zonder ouders en met de jongens en meisjes bij elkaar. Ze werden weliswaar gescheiden wat betreft de slaapplekken, maar daar trokken de beetje doortastende, en meer stoere klasgenootjes zich uiteraard niks van aan. Om een uur of elf ’s avonds klonk er dan ook geroezemoes aan de achterkant van het huisje. De meisjes hadden het huisje beslopen en stonden nu, net hard genoeg, te smoezen onder het op een kier staande raam. Dat is het moment dat het fout ging bij hem. Hij had in zijn prille en ondeugende fantasieën betreffende meisjes altijd al de grootste moeite om niet volstrekt belachelijk over te komen. En dat was nota bene in zijn eigen hoofd! Dit kon dus enkel uitlopen op een vreselijk drama!

Miranda kwam als eerste naar binnen gevolgd door Debbie en Tamara. De jongens om hem heen begonnen al met het maken van stoere grappen, maar al wat hij wilde was verdwijnen. Gewoon helemaal onzichtbaar zijn. En ook weer niet. Maar toen ging het echt mis. Miranda vertelde waarom ze eigenlijk langs waren gekomen. Ze kwamen nachtzoentjes halen. Het kleine beetje zelfcontrole dat nog in zijn hersenen zat op dat moment verdween en hij begon keihard te gillen: “Au au au!! Het doet zo’n pijn!!! Mijn oor, mijn oor!!” Twintig seconden later stonden de leraren in het huisje en vroegen aan de verbijsterde jongens en meisje wat er was. Hij kon alleen maar doorgaan met zijn totale display van ultieme vernedering en vertelde door zijn tranen heen dat de herrie die de meisjes hadden gemaakt ervoor zorgde dat zijn oren onverdraaglijk pijn deden. Hij was tenslotte net geopereerd en het was nog gevoelig.

Die avond deed een jongen dus geen eerste voorzichtige stap naar het man worden, maar gaf hij geboorte aan zijn eerste angst. Zijn eerste, maar tegelijk ook zijn grootste.

Hij weet dat hij moet stoppen met drinken, maar hoe anders de zenuwen onder controle te houden? Maar daar staat ze weer, bij de bar. Jezus wat is ze mooi denkt hij. Voorzichtig loopt hij haar kant op, maar bij elke meter die verslonden wordt verdwijnt er één regel tekst die hij onthouden en geoefend had.
“Hoi,” zegt ze opgewekt. “Hoe is het?”
Hij kijkt haar aan en probeert woorden te vormen. Niks.
Ze kijkt wat bezorgd naar hem en vraagt: “Gaat het wel met je?”
Hij schijnt toch klanken te kunnen uitbrengen, want hij zegt: “Ik wil uhhh, ik wil wat zeggen tegen je.”
“Haha, nou zeg maar dan!”
“Ik uhh, ik wilde uhhh…… Shit. Uhmmmm.”
Als rood worden een olympische sport was, dan had hij nu goud.
Ze zegt lief: “Zeg het maar hoor!”
“Nou, ik wilde gewoon zeggen, of vragen, uhmm…. Kom je hier vaker?”
Dat was het. De cirkel had vandaag doorbroken moeten worden, maar in plaats daarvan heeft hij er een aantal cirkels aangehangen. Wat is puber zijn toch ontzettend klote denkt hij.
Ze kijkt hem aan en begint keihard te lachen.
“Haha,meen je dat nou serieus? Jeeeeeeezus, hoe lame is die tekst??”
Hij kon blijkbaar nog meer vernederd worden en wil zich omdraaien om weg te lopen.
“Wat ga je doen?”, vraagt ze.
“Ik dacht…,” zegt hij.
Ze lacht weer en zoent hem vol op de mond.

Moet gezegd

Ik was vandaag bezig met een aantal korte verhalen. De kladjes liggen naast me, maar de wijn, mijn state of mind, een al langer aanwezig stemmetje in mijn hoofd en net dat briljante nummer brachten me op dit onderwerp. Of misschien gewoon de wijn…

De mensen in je nabije omgeving geven of ontnemen je leven kleur. Natuurlijk, je bent zelf grotendeels verantwoordelijk voor de keuze van de mensen die je in je omgeving wilt. Daar komt bij dat je met je gedrag en persoonlijkheid ook al automatisch een selectie genereert en mensen aantrekt of afstoot. Het gaat er uiteindelijk om, dat wanneer je mensen in je omgeving hebt die je leven verrijken op wat voor manier dan ook, je ze moet koesteren. Begrijp en benoem hoe speciaal dit is.

Je familie kies je niet. Je vrienden kies je, maar ook daar zijn veel parameters actief. Waar groei je op? Wat voor persoon was je toen je een potentiële vriend ontmoette? Ben je een vriendschap eerlijk ingegaan, of wilde je je vooral optrekken aan die persoon? “Settelde” je voor een vriendschap en werd dat uiteindelijk een echte vriendschap? Geen enkele vriendschap ontstaat hetzelfde, zo ook bij mij.

Ik heb goede vrienden gehad, goede vrienden verloren. Ik heb mensen gekend die ik vrienden noemde, totdat we allebei een ander leven kregen en het verwaterde. Soms onze schuld, soms hun schuld. Vrienden werden kennissen, kennissen werden vrienden.

Ik maak eens in de zoveel tijd de balans op. Er is één ding dat altijd terugkeert. Het is juist op de dagen van pure tragedie of puur geluk dat ik besef wat ik heb en wat ik zou kunnen verliezen. Dat zijn dagen dat je zegeningen telt. Ik tel er veel. Het gevoel komt echter nooit zó aan de oppervlakte als die dagen, terwijl het gevoel, als je het oproept, wel zó sterk is en blijft.

Het ligt gewoon zelden in het verlengde van een gesprek om te zeggen: Ik hou echt van jou/jullie. Er zijn zoveel momenten, bijna vergeten en als logisch ervaren momenten, dat ik aan mijn vrienden of familie denk en gewoon even glimlach. Momenten van drie seconden, verwaarloosbaar en dus toch niet.

De liefde voor mijn ouders is niet in woorden te vatten. Ik hoop dat ze het in mijn ogen zien en ik hoop dat het doorklinkt in alles wat ik zeg. De liefde voor mijn broertje en zusje is van dezelfde intensiteit, maar als ik er over nadenk is die voor hun wellicht minder evident. Onze band is altijd goed geweest, maar ik denk dat we nog steeds op zoek zijn naar een soort van volwassen equilibrium aangaande het uitspreken van ons gevoel, maar vooral ook het daarmee helemaal comfortabel zijn.

Veel mensen hebben moeite om een écht goede vriendschap op waarde te schatten. Ze hebben daarnaast moeite om in te schatten waar die vriendschap hoort in hun rangorde van ‘meest belangrijke’ mensen. Tussen je ouders en partner? Erboven? Eronder? Alsof dit überhaupt een issue zou moeten zijn. Die mensen zijn per definitie ruk met vriendschappen en zullen eeuwig surrogaat vriendschappen hebben. Ik heb verschillende vriendschappen met allemaal een andere toegevoegde waarde, vind bij allemaal iets en er overlapt een hoop. Zijn er vrienden belangrijker dan andere vrienden? Ja.

Voor Padre en Madre, voor mijn broertje en zusje en voor iedereen die weet dat hij of zij een vriend van me is: I love the fuck out of you, en ik hoop vele schitterende hoofdstukken aan onze relatie toe te voegen.

Nils